Wandelpad door gebied met wisenten OPEN
lees meer

Droogte slaat toe in de Maashorst: hoe ernstig is de situatie?

21 september 2026

Tekst en foto’s door Peter Noy.

Wie deze dagen door De Maashorst wandelt of fietst, hoeft niet lang te zoeken naar de gevolgen van de droogte. Langs het Slingerpad staan dode en afstervende bomen. Op sommige plaatsen liggen opvallend veel bladeren op de grond, terwijl het nog maar eind augustus is. Grasvelden kleuren geel en vennen vallen droog. Maar achter wat bezoekers boven de grond zien, gaat een veel groter verhaal schuil. Over grondwater, klimaatverandering, natuurbeheer en de vraag hoe we in de toekomst met water moeten omgaan.

In Natuurcentrum De Maashorst spraken Cindy Frishert, senior boswachter publiek bij Staatsbosbeheer, en Ernest de Groot, loco-dijkgraaf bij Waterschap Aa en Maas, over de actuele droogte. Frishert kent het natuurgebied vanuit haar werk in het veld en het beheer van De Maashorst. De Groot, die in Uden woont, kijkt vanuit het waterschap naar de waterhuishouding en de ontwikkeling van het grondwater in het gebied. Vanuit hun verschillende deskundigheid schetsen zij een beeld van de huidige droogte en van wat er nodig is om De Maashorst beter bestand te maken tegen droge en natte perioden.

Boswachter Cindy Frishert en loco-dijkgraaf Ernest de Groot bekijken een droge watergang in De Maashorst.

„Ik vind de situatie zeer ernstig”

De loco-dijkgraaf draait er niet omheen wanneer hem wordt gevraagd hoe ernstig de situatie is. „Ik vind de situatie zeer ernstig.” Volgens hem stapelt de huidige droogte zich op een probleem dat al jaren bestaat. Brabant kampt al langer met verdroging en eerdere droge perioden hebben het watersysteem onvoldoende gelegenheid gegeven om volledig te herstellen. Ook 2025 was volgens hem een droog jaar. De droogte van dit jaar komt daar bovenop. Grondwaterstanden staan daardoor verder onder druk. Zijn uitleg is mede gebaseerd op een uitgebreide analyse van de water- en grondwatersituatie in en rond De Maashorst. „De droogte stapelt op de problematiek van de verdroging”, vat hij samen. Dat betekent dat het watersysteem niet ieder jaar opnieuw met een volledig aangevulde voorraad begint. Wanneer droge jaren elkaar opvolgen, loopt het tekort verder op.

Van wateroverlast naar kurkdroog

Juist in De Maashorst is het contrast opvallend. In augustus 2024 hadden delen van het Slingerpad en de omgeving van de Udensedreef nog langdurig met wateroverlast te maken. Nu ligt dezelfde omgeving er op veel plaatsen kurkdroog bij. Volgens de loco-dijkgraaf laat dat zien dat we steeds vaker rekening moeten houden met extremen. Een natte periode betekent bovendien niet automatisch dat de verdroging is opgelost. Veel regen kan in korte tijd vallen, maar het water kan ook weer snel uit het gebied verdwijnen. De ondergrond speelt daarbij een belangrijke rol. Op veel plaatsen bestaat die uit grof zand en grind, waardoor water gemakkelijk kan wegzakken. Tegelijkertijd liggen er breuken in de ondergrond die water op bepaalde plaatsen juist kunnen tegenhouden. Volgens hem leverde de wateroverlast van 2024 ook belangrijke informatie op. Veel plekken waar toen wateroverlast ontstond, lagen bij zulke breukzones. „Deze breukvlakken kunnen we benutten om die badkuip van de Peelhorst weer langzaam te gaan vullen.” De plekken die tijdens extreme regen voor problemen zorgden, kunnen dus ook aanwijzingen geven waar water in de toekomst langer kan worden vastgehouden.

Waarom lijkt het al herfst?

De gevolgen van de droogte zijn voor bezoekers vooral zichtbaar in de bomen. Langs het Slingerpad staan dode en afstervende exemplaren en op sommige plaatsen ligt opvallend veel blad op de grond. Volgens Frishert is dat een gevolg van de extremen waarmee de natuur steeds vaker te maken krijgt. „De ene keer extreem nat, de andere keer extreem droog.” Bomen kunnen bij langdurige droogte hun vochtverlies beperken door eerder blad te verliezen. Ze schakelen als het ware eerder over naar een ruststand. „Een soort herfststand”, vat De Groot het samen. Dat betekent niet automatisch dat iedere boom verloren is. Sommige bomen kunnen herstellen wanneer de omstandigheden verbeteren. Bij andere is de schade uiteindelijk te groot. Dat hangt af van soort, leeftijd, standplaats en de duur van de droogte. In het gesprek komt onder meer de berk ter sprake als een soort die op sommige plaatsen zwaar wordt getroffen. Ook andere boomsoorten kunnen moeite krijgen met langdurige droogte en hoge temperaturen. Wanneer bomen om veiligheidsredenen moeten worden ingekort, blijft dood hout volgens Frishert waar mogelijk liggen. „Dood hout leeft”, benadrukt zij. Een dode stam kan een leefplaats zijn voor insecten, schimmels en vogels zoals spechten. Dat neemt niet weg dat het verdwijnen van een oude of beeldbepalende boom ook jammer kan zijn. De ecologische waarde van dood hout en het verlies van een karakteristieke boom kunnen naast elkaar bestaan.

Langs het Slingerpad zijn de gevolgen van de langdurige droogte zichtbaar in dode en afstervende bomen.

Slabroek en de Kanonsberg

Binnen enkele kilometers zijn de verschillen in De Maashorst soms groot. De Slabroekse Heide oogt op sommige plaatsen geel en dor, terwijl de heide op de Kanonsberg nog opvallend egaal paars bloeit. Volgens de waterbestuurder speelt de bodem daarbij een belangrijke rol. Rond de Kanonsberg is de situatie anders dan bij Slabroek. Bodemopbouw, waterhuishouding en de geschiedenis van het gebied spelen mee. Ook grassen en bramen kunnen invloed hebben. Die profiteren sneller van stikstof en kunnen de heide verdringen. Voor bezoekers kan het vreemd lijken: hetzelfde natuurgebied, dezelfde zomer en toch totaal verschillende beelden. Maar De Maashorst is geen gelijkmatig landschap. Bodemlagen, hoogtes en waterstromen verschillen van plaats tot plaats.

Dieren onder druk

Droogte raakt niet alle dieren op dezelfde manier. Vooral soorten die afhankelijk zijn van water kunnen problemen krijgen wanneer vennen en poelen langdurig droogvallen. De Groot noemt het voorbeeld van libellenlarven. Sommige soorten brengen jaren onder water door voordat zij als volwassen libel verschijnen. Wanneer een ven in die periode droogvalt, kan een hele generatie verloren gaan. Een ven dat af en toe droogvalt, hoeft niet direct een probleem te zijn. Dat kan bij sommige natuurlijke systemen horen. Problematisch wordt het wanneer droogval ieder jaar terugkomt of meerdere jaren achter elkaar optreedt. „Een keer in de vier of vijf jaar is prima, maar elk jaar of meerdere jaren achter elkaar is funest.” Voor vogels ligt het beeld genuanceerder. Veel soorten kunnen zich volgens hem tijdens droogte over het algemeen wel redden. Watervogels verdwijnen wanneer het water verdwijnt. Daarnaast kunnen problemen ontstaan wanneer insecten en andere onderdelen van de voedselketen onder druk komen te staan.

Wat kan Staatsbosbeheer doen?

De natuur kan veel zelf herstellen, maar natuurbeheer kan bijdragen aan een robuuster systeem. Frishert wijst onder meer op het belang van meer variatie in het bos. Meer loofbomen en minder eenzijdige naaldopstanden kunnen onderdeel zijn van een beheer dat beter bestand is tegen veranderende omstandigheden. Daarbij spelen niet alleen droogte, maar ook klimaatbestendigheid en natuurbrandbeheer een rol. Daarnaast wordt gekeken hoe water langer in het gebied kan worden vastgehouden. Daarbij gaat het onder meer om sloten, greppels en beeklopen. Dat kan Staatsbosbeheer echter niet alleen. Frishert benadrukt de samenwerking tussen Staatsbosbeheer, gemeenten, het waterschap en andere terreinbeheerders. Maatregelen moeten op elkaar aansluiten. „Je moet het ook echt samen doen.” Alleen op één klein stukje maatregelen nemen heeft weinig zin. Water en natuur houden zich niet aan gemeentegrenzen of eigendomsgrenzen. Daarom is volgens haar een gebiedsgerichte aanpak nodig. Ook vanuit het waterschap wordt die samenwerking benadrukt. Water vasthouden kan goed zijn voor natuur en grondwater, maar kan elders zorgen voor natte voeten. Het vinden van de juiste balans vraagt daarom tijd en overleg.

Cindy Frishert en Ernest de Groot bij een drooggevallen beek in De Maashorst.

Regen alleen is niet genoeg

Dat het binnenkort weer gaat regenen, betekent niet automatisch dat het droogteprobleem voorbij is. Volgens De Groot kan herstel van het grondwatersysteem jaren duren. Bovendien neemt door hogere temperaturen de verdamping toe. Een paar zware buien kunnen spectaculair zijn, maar lossen het grondwatertekort niet vanzelf op. Veel hangt af van de manier waarop de regen valt. Water moet de tijd krijgen om in de bodem te trekken. Hij verwacht zelf een relatief nat najaar, maar benadrukt dat vooral de vorm van de neerslag belangrijk is. Voor het aanvullen van grondwater heeft hij liever langdurige, rustige regen dan korte piekbuien. „Ik heb liever motregen dan piekbuien.” Dat is een belangrijke les van de huidige droogte. Veel water is niet automatisch hetzelfde als voldoende water. Het moet op de juiste plaats vallen, de kans krijgen om in de bodem te zakken en vervolgens zo lang mogelijk in het gebied worden vastgehouden.

Een gezamenlijke opgave

Volgens de bestuurder van Waterschap Aa en Maas ligt de oplossing niet uitsluitend bij natuurbeheerders en waterschappen. Ook gemeenten, provincies, agrariërs, bedrijven en inwoners spelen een rol. Agrariërs kunnen werken aan bodems die meer water opnemen en vasthouden. In woongebieden kan slimmer worden omgegaan met regenwater en verharding. Ook waterbesparing hoort volgens hem bij het grotere verhaal. Hij reageert daarbij ook op de recente oproep van waterbestuurder Hein Pieper om meer ruimte te maken voor water en tuinen minder volledig te verharden. De Groot onderschrijft die gedachte, al hoeft volgens hem niet iedere tuin volledig onverhard te zijn. Belangrijk is dat regenwater de kans krijgt om in de bodem te zakken. „Wij als mensen zijn medeverantwoordelijk voor de verdroging die we veroorzaken.”

Meer dan een droge zomer

Wie nu door De Maashorst loopt, ziet de gevolgen van droogte letterlijk voor zich: dode en afstervende bomen, vroegtijdig bladverlies, gele grasvelden en droge vennen. Maar ook nog altijd een paars bloeiende heide op de Kanonsberg. Die verschillen laten zien hoe complex het samenspel is tussen bodem, water, klimaat en natuurbeheer. De huidige droogte is daarom meer dan een probleem van deze zomer. Zij maakt zichtbaar hoe kwetsbaar het watersysteem is geworden en hoe lang herstel kan duren. Tegelijkertijd wordt op verschillende plaatsen gewerkt aan herstel en aan manieren om water langer vast te houden. De ervaringen met de extreme nattigheid van 2024 en de droogte van nu leveren daarbij ook nieuwe kennis op. De boodschap van Frishert en De Groot komt uiteindelijk op hetzelfde neer: de natuur kan zich herstellen, maar alleen wanneer zij daarvoor voldoende ruimte, water en tijd krijgt.

test

  • Ruiters en menners,
  • Mountainbikers
  • Mensen met een handicap
  • Natuurliefhebbers
  • Dorpsraad Nistelrode
  • Maashorstburgers
  • Stichting Jeugdbelangen Zeeland
  • Fiets Forum Maashorst
  • Wandelaars

Evenement aanmelden

Heb je een evenement dat je aan wilt melden voor de agenda? Stuur dan een mail met informatie over je event (inclusief afbeelding) naar [email protected].

We hebben het volgende van je nodig:

  • Naam event.
  • (Start)datum van het event.
  • Einddatum – indien het een meerdaags event is.
  • Beschrijving van het event.
  • Afbeelding.
  • Eventueel een link naar een webpagina voor het event.

Droogte slaat toe in de Maashorst: hoe ernstig is de situatie?

Beschrijving!

test

  • Ruiters en menners,
  • Mountainbikers
  • Mensen met een handicap
  • Natuurliefhebbers
  • Dorpsraad Nistelrode
  • Maashorstburgers
  • Stichting Jeugdbelangen Zeeland
  • Fiets Forum Maashorst
  • Wandelaars

de gebruikersraad bestond uit de volgende groepen:

  • Ruiters en menners,
  • Mountainbikers
  • Mensen met een handicap
  • Natuurliefhebbers
  • Dorpsraad Nistelrode
  • Maashorstburgers
  • Stichting Jeugdbelangen Zeeland
  • Fiets Forum Maashorst
  • Wandelaars

de raad van advies bestond uit de volgende belangenorganisaties:

  • Maashorstboeren
  • Maashorst Ondernemers
  • ZLTO
  • Natuurorganisaties De Maashorst
  • VVV Noordoost-Brabant
  • WBE Groot Maashorst
  • Heemkundekring Uden

Q&A Gebiedsvisie natuurgebied De Maashorst

Over welk gebied gaat de Gebiedsvisie?

De Gebiedsvisie gaat over het natuurgebied De Maashorst, inclusief Herperduin en Hooge Vorssel, en de levendige schil hieromheen. De Maashorst ligt tussen Oss, Heesch, Nistelrode, Uden, Zeeland en Schaijk. We onderscheiden drie verschillende zones: de natuurkern, natuurschil en de levendige schil. Het natuurgebied bestaat uit de natuurkern en de natuurschil. De levendige schil is een overgangsgebied rondom De Maashorst, zonder harde grens.

Bekijk de gebiedsvisiekaart

Wat zijn de natuurkern, natuurschil en levendige schil?

Het natuurgebied bestaat uit de natuurkern en de natuurschil. De natuurkern is het hart van het natuurgebied. Hier ligt de nadruk op rust en stilte. De natuurschil ligt rondom de natuurkern. In de natuurschil zijn meer mogelijkheden voor recreatie dan in de natuurkern.

De levendige schil is een overgangsgebied rondom De Maashorst, zonder harde grens. Dit is het gebied tussen de dorpen/steden en het natuurgebied. Hier streven we naar een balans tussen wonen, landbouw, natuur en recreatie.

Bekijk de gebiedsvisiekaart

Waar gaat de Gebiedsvisie over?

De gemeenten Bernheze, Maashorst en Oss, Staatsbosbeheer en waterschap Aa en Maas streven samen naar een gezamenlijk eindbeeld in 2050: een natuurgebied waarin natuurlijke processen leidend zijn. De visie geeft op hoofdlijnen richting aan de ontwikkelingen in het gebied.

Wel

Niet

Beeld voor 2050

Beeld over 5 jaar

Wat je waar wel en niet wilt ontwikkelen (zonering)

Locatie hek, paaltje, bankje, prullenbak

Type routes: doorgaand, toegankelijk

Hobbels in het Slingerpad

Gezamenlijke oplossingen

Individuele beleving

Hoe we het toekomstbeeld gaan realiseren, wordt uitgewerkt in het Inrichtings- en beheerplan. Dit plan wordt elke 6 jaar geactualiseerd. Op die manier kunnen we de kennis en ervaring die we opdoen en nieuwe ontwikkelingen meenemen en onze koers indien nodig bijsturen.

Mag ik straks nog in de natuurkern komen?

Ja, recreëren op wegen en paden blijft mogelijk. Dit vergroot de voorspelbaarheid voor de dieren in het gebied en daarmee vermindert de verstoring. Uiteraard is het wel toegestaan om van de wegen en paden af te wijken om afstand te bewaren tot de grote grazers.

Mountainbikers, ruiters en menners kunnen ook nog steeds gebruik maken van de wegen en paden in de natuurkern. De bewegwijzerde (drukke) routes van mountainbikers en ruiters en menners verdwijnen in de zuidelijke Maashorst wel uit de natuurkern.

Kunnen er nog evenementen en activiteiten worden georganiseerd in De Maashorst?

Ja, maar er worden wel kaders en regels opgesteld in een Activiteiten- en evenementenplan. Evenementen worden niet meer toegestaan in de natuurkern. We streven ernaar het Activiteiten- en evenementenplan in het eerste kwartaal van 2024 vast te stellen.

Lopen er straks overal grote grazers?

Nee. Vanaf 2035 willen we geleidelijk aan de begrazing uitbreiden naar de natuurschil. Maar dit doen we alleen als er meer recreatiemogelijkheden in de levendige schil zijn gekomen en uit monitoring blijkt dat mens en dier goed samengaan. Rondom de recreatieve poorten en entrees blijft een gebied van ongeveer 500 meter vrij van begrazing met de drie grote grazers. Begrazing met een kudde schapen is daar bijvoorbeeld wel mogelijk.

Wat gaat er gebeuren met de wisenten?

De wisenten lopen nu in een afgeschermd gebied met taurossen en Exmoorpony’s. Het is de bedoeling dat in de zuidelijke Maashorst  in 2035 de wisenten in het hele begrazingsgebied lopen. Er komen geen wisenten in Herperduin en Hooge Vorssel.

De uitbreiding vindt niet in één keer plaats. Het gebied waar de wisenten in lopen breiden we langzaam uit. Elke stap in het proces wordt goed gemonitord en geëvalueerd. Dit is zowel voor de recreanten in het gebied als de dieren zelf van groot belang. De eerste stap is dat een wandelpad door het bestaande gebied met wisenten wordt geopend.

Wat is procesnatuur?

Het streven voor De Maashorst is procesnatuur. Procesnatuur betekent dat de natuur zich ontwikkelt door natuurlijke processen. Daarbij schept de mens de optimale voorwaarden en de natuur bepaalt zelf de ontwikkeling. Natuurlijke processen kunnen hun gang gaan en er vindt weinig of geen onderhoud plaats. Dode bomen blijven bijvoorbeeld liggen en vergaan in het gebied. Dit biedt een voedingsbron of woonplaats voor andere soorten. De rol van beheerder wordt steeds verder overgenomen door begrazing.

Blijft landbouw mogelijk in de natuurkern?

Nee. De Maashorst maakt deel uit van het Natuurnetwerk Brabant. De provincie wil dit natuurnetwerk in 2027 hebben gerealiseerd. Het streven is dan ook om de agrarische gronden in de natuurkern te verwerven en om te vormen naar natuur. Dit verwerving vindt plaats op vrijwillige basis.

Hoe gaan jullie de levendige schil ontwikkelen?

De ontwikkeling van de levendige schil is een langdurig proces waar alle belanghebbenden in het gebied bij worden betrokken. Als gemeenten kunnen we in de omgevingsplannen ontwikkelingen mogelijk maken, zoals nevenactiviteiten voor agrarische bedrijven. Op gronden in eigendom van de gemeente kunnen we bijvoorbeeld natuur, fiets- en wandelpaden ontwikkelen. Maar we nodigen andere eigenaren in het gebied ook uit om met initiatieven te komen. Die initiatieven moeten dan wel een positief effect hebben op het milieu en het bodem- en watersysteem.

Wordt grondwateronttrekking verboden?

Nee. In de Gebiedsvisie wordt het belang van het herstellen van het natuurlijk watersysteem en het zo lang mogelijk vasthouden van water in het gebied benadrukt. Hiervoor worden verschillende maatregelen genomen. Sommige op de korte termijn, andere op lange termijn. Het beleid van het waterschap is hierbij leidend. Wanneer de natuurkern compleet als natuurgebied is ingericht, kan de waterhuishouding worden aangepast naar de doelen van de natuur. Tot dat moment zoeken wij samen met de aanwezige landbouwbedrijven naar manieren om zoveel mogelijk water vast te houden en verdroging tegen te gaan.

Participatieproces

Tot op heden is het uitgebreide participatieproces voor de Gebiedsvisie als volgt verlopen:

  • In het najaar van 2022 zijn vier inloopbijeenkomsten georganiseerd om vooraf input op te halen voor de visie. Deze bijeenkomsten waren vrij toegankelijk voor iedereen. Hier is een beeldverslag van gemaakt
  • In november/december 2022 hebben de Gebruikersraad en Raad van Advies de mogelijkheid gekregen om vooraf advies te geven voor het opstellen van de visie.
  • Op 14 januari 2023 is voor raadsleden van alle drie de gemeenten en bestuursleden van Staatsbosbeheer en waterschap Aa en Maas een excursie in het natuurgebied georganiseerd. Dit diende ter voorbereiding op de informatiebijeenkomst voor de raads- en bestuursleden op 18 januari. Tijdens deze bijeenkomst hebben de raads- en bestuursleden aan verschillende thematafels gediscussieerd over de koers voor het natuurgebied. Hier is een beeldverslag van gemaakt.
  • Op 30 mei 2023 is een stakeholderbijeenkomst voor genodigden georganiseerd. Tijdens deze avond zijn de conceptvisiekaart en principes gepresenteerd. Aan vier verschillende thematafels kregen aanwezigen de gelegenheid tot het geven van een reactie. Een integrale visietekst was op dit moment nog niet beschikbaar. Er is bewust voor gekozen om input op te halen voor afronding van de conceptvisie.

De Gebruikersraad en Raad van Advies hebben in september 2023 een advies uitgebracht over de concept Gebiedsvisie.

Vervolgproces

Op 18 juli 2023 hebben de colleges van B&W in Bernheze, Maashorst en Oss besloten om de concept Gebiedsvisie van natuurgebied De Maashorst ter consultatie naar de raadsleden te sturen. De raadsleden bespreken dit eindconcept naar verwachting in september in de raadscommissies.

De Gebruikersraad en Raad van Advies brengen in september een advies uit over de concept Gebiedsvisie. Op basis van deze adviezen en de reacties uit de commissievergaderingen wordt de concept Gebiedsvisie mogelijk nog aangescherpt. In december 2023 ligt de Gebiedsvisie ter vaststelling voor aan de gemeenteraden en besturen van Staatsbosbeheer en waterschap Aa en Maas.

De belangrijkste onderwerpen in de Gebiedsvisie

  • Bodem en water zijn sturend bij ruimtelijke plannen. In het (nationaal) ruimtelijk beleid worden bodem en water sturend voor alle ruimtelijke plannen. Dit principe wordt voor De Maashorst omarmd. Door de eeuwen heen is het grondgebruik steeds minder afgestemd op het landschap en de ondergrond. Hierdoor is het natuurgebied ernstig verdroogd. Herstel van het natuurlijk watersysteem staat daarom voorop. We nemen daarvoor verschillende maatregelen. Zoals het herstel van breuken, (gedeeltelijk) dempen van watergangen en het omvormen van naald- naar loofbos.
  • Herbevestiging van de ambitie om te streven naar procesnatuur. Het stond in 2009 al in het MaashorstManifest: het streven is om als mens zo min mogelijk, of uiteindelijk helemaal niet meer in te grijpen in de natuurlijke processen van het natuurgebied. Uiterlijk in 2050, maar liever eerder. De grote grazers spelen hierin een belangrijke rol. In het gebied vindt al tientallen jaren ecologische monitoring plaats. Uit deze monitoring blijkt ook dat de inzet van de drie grote grazers de laatste jaren zorgt voor meer biodiversiteit en het open houden van het begrazingsgebied.
  • Balans tussen recreatie en natuur: niet alles kan overal. De Maashorst is één van de grootste natuurgebieden van Brabant. Het maakt deel uit van het Natuurnetwerk Brabant. Ook is het een belangrijk recreatiegebied voor de inwoners uit de omliggende kernen. De laatste jaren is de recreatiedruk in het gebied hoog. Zowel de recreatie zelf als de natuurwaarden komen hierdoor onder druk te staan. Daarom is het van belang hier een goede balans in aan te brengen. Die balans kan in de verschillende deelgebieden en zones in het natuurgebied anders zijn.

Het natuurgebied bestaat uit de natuurkern en natuurschil. De natuurkern is het centrale deel van het gebied, daaromheen ligt de natuurschil. Rondom het natuurgebied ligt de levendige schil. De levendige schil bestaat uit het agrarisch cultuurlandschap.

Een belangrijk uitgangspunt van de visie is dat we het recreatieve uitloopgebied van de omliggende kernen vergroten. Dit doen we door rondom het hele natuurgebied de ontwikkeling van een recreatief aantrekkelijk cultuurlandschap te faciliteren. Hier worden routes ontwikkeld, worden natuur- en recreatieverbindingen gemaakt met andere gebieden, bieden we de landbouw mogelijkheden om te verbreden naar extensieve recreatie en vergroenen we het landschap. Ook worden op de grens van de levendige schil en natuurschil nieuwe recreatieve poorten ontwikkeld, zoals Palmstraat en Uden-Noord.

In de zuidelijke Maashorst ligt het zwaartepunt van de recreatie in de natuurschil. In de natuurkern ligt de nadruk meer op rust en stilte voor natuur. Deelgebied Hooge Vorssel in gemeente Bernheze is geheel gelegen in de natuurschil. Hier weegt het belang van recreatie wat zwaarder dan het belang van natuur. Maar ook hier wordt gewerkt aan de vergroting van de natuurwaarden. In Herperduin wordt ingezet op de combinatie van recreatie en natuur in natuurkern en natuurschil. De natuurschil is hier zo smal dat de natuurkern van groot belang is voor de recreatieve uitloop van omliggende kernen. Uiteraard wordt wel gestreefd naar een goede balans. De natuurwaarden moeten niet verloren gaan.

Vanaf 2035 geleidelijke uitbreiding van de begrazing
Als mensen minimaal ingrijpen in de natuur, is het nodig om de begrazing uit te breiden. De grazers voeren dan het beheer uit. Dat kan niet meteen vanwege de grote recreatieve druk in de natuurschil van het gebied.

Daarom gaan we het cultuurlandschap in de levendige schil rondom het natuurgebied recreatief aantrekkelijker maken. Zo kan de recreatiedruk in de natuurschil worden verlaagd. Uiteraard kost dit tijd. Daarom denken we nu dat we vanaf 2035 de begrazing gefaseerd kunnen uitbreiden naar de natuurschil. Dit werken we straks uit in het Inrichtings- en beheerplan.

Overigens komen de grote grazers uiteindelijk niet overal in de natuurschil. Rondom de recreatieve poorten en entrees blijven zones van ongeveer 500 meter buiten de begrazing. Hooge Vorssel blijft geheel buiten de begrazing van de drie grote grazers liggen. Hier is wel begrazing met schapen mogelijk. In Herperduin is de natuurschil zo smal dat hier ook geen uitbreiding van de begrazing plaatsvindt.

Tot 2035 wordt in de zuidelijke Maashorst het leefgebied van de wisent gefaseerd uitgebreid naar de rest van het begrazingsgebied. Met als doel dat uiterlijk in 2035 alle drie de grote grazers in heel de natuurkern lopen.