Ria's column
Elk najaar vallen ze me op, gallen. Wanneer je eenmaal weet van het bestaan van die dingen, zie je ze overal. Eiken zijn enorm aantrekkelijk voor galvormers en hebben de meeste variatie in gallen. Gallen vind je bij heel veel planten en op de meest onverwachte plekken.
Gallen, gewoon bijzonder indrukwekkend
Gallen zijn vergroeiingen van de plant. Ze variëren van verdikkingen in de meeldraden en omgekrulde bladranden tot knikkergrote bolletjes op bladeren, sterk behaarde bolletjes in stengels en woekeringen van tientallen centimeters in takken. Zelfs op wortels kunnen gallen voorkomen.
Elke galvormer heeft zijn eigen galvorm. Het precieze mechanisme is niet goed bekend. Dikke kans dat de beschadiging van het weefsel zelf al voor een verhoogde groeiactiviteit zorgt bij de plant. Ongetwijfeld scheidt ook de galvormer een stofje af, waardoor de juiste galvorm ontstaat.
gallen vind je overal
Nou ben ik een hartstikke grote amateur met gallen. Ik weet dat ze bestaan en daar houdt het zo’n beetje op. Tuurlijk, ik weet dat je er kunt vinden op (zomer-)eiken in verschillende variaties. Lensgalletjes bijvoorbeeld en natuurlijk aardappelgalletjes en ananasgallen, die heb ik wel eens gevonden.

Toen ik hoorde over een wilgenroosjegal, dacht ik, dit kan niet kloppen. Toevallig weet ik hoe een wilgenroosje eruitziet en dat heeft hier niks mee te maken.
Een roosje op een wilg?
Maar jawel hoor, er bestaat een wilgenroosjesgalmug, die een gal maakt op wilgensoorten zoals schietwilg, kruipwilg en boswilg.
De gal lijkt op een roosje en wordt gevormd doordat de galmug samen met het eitje een galvormend stofje inbrengt in de tak. De boom stuurt extra cellen naar het wondje om van de indringer af te komen en het wondje te genezen.
Een slim onderkomen voor de larve
Als je goed oplet is de gal al in juni te herkennen. Deze is dan nog groen en een stuk onopvallender tussen alle groene bladeren. In het wilgenroosje dat is ontstaan zit een centrale kamer met maar één larve, die in deze larvekamer de winter doorbrengt.

De larve is oranje en leeft van de cellen, die de boom blijft sturen om van de irritante larve af te komen. Er is één generatie per jaar. Als de larve na de winter verpopt duurt het niet lang of de nieuwe generatie galmug komt naar buiten in het voorjaar. Het roosje blijft gewoon aan de wilg hangen en kleurt langzaam bruin.
De maker zie je bijna nooit
Galmuggen, de makers van deze gal zijn erg fragiel en vaak maar 2 tot 3 millimeter lang. Er zijn zelfs galmugsoorten die niet langer dan 1 mm worden. Hun gallen vallen op. De insecten die deze kunstwerkjes maken, zie je zelden.
Ik kwam trouwens nog een gal tegen op de wilg, van de grote wilgenwratgalmug. Deze gal ligt voor een deel op en voor een deel onder tegen het blad. Als ze rood zijn, worden ze wilgenboontje genoemd.
Muggen en wespen als galmakers
Gallen kunnen ook worden veroorzaakt door bacteriën, slijmzwammen en rupsen. De belangrijkste galvormers zijn insecten. Daarvan verdienen galmuggen en galwespen speciale aandacht. Weinig mensen weten van het bestaan van galmuggen, met 344 soorten de grootste familie van muggen in Nederland. Het is geen wonder dat ze zo weinig bekend zijn: ze zijn tenslotte erg klein.

Ook de galwespjes zijn klein, hoewel over het algemeen iets steviger gebouwd dan galmuggen. Nederland telt 50-60 soorten galwespen. Hun gallen zijn overal te vinden. Een heel algemene soort is de galwesp, waarvan de meeste larven leven in de zogenaamde lensgalletjes op de onderzijde van eikenbladeren.
Van galappel tot middeleeuwse inkt
Op eikenbomen komen heel veel soorten gallen voor die veroorzaakt worden door de eitjes van galwespen. Vooral de flinke groene of rode galappels aan de onderkant van bladeren zijn erg bekend.
Van deze galappels kan inkt gemaakt worden. Veel middeleeuwse boeken zijn hiermee geschreven. De galappels bevatten veel looizuur, dat een verbinding maakt met ijzer(II)sulfaat, dat werd toegevoegd. Deze verbinding is eerst kleurloos en wordt zwart door blootstelling aan de lucht. Er werd een extra kleurstof toegevoegd, zodat tijdens het schrijven de letters al leesbaar waren. Deze kleurstof is niet lichtecht en verdwijnt dan ook op den duur.
Vraag me niet hoeveel van die galappeltjes je nodig hebt om een boek te schrijven, bijzonder is het wel.
Twee generaties, twee soorten gallen
Die galwespen hebben een ingewikkelde levenscyclus. Bij veel galwespen wisselen een seksuele en een aseksuele generatie elkaar af.
De lensgalletjes vallen in oktober op de grond. De larven voltooien hun ontwikkeling veilig in de gallen en verpoppen. In februari-maart komen de volwassen dieren uit de pop en kruipen uit de gal. Het zijn allemaal aseksuele vrouwtjes. Zonder dat ze worden bevrucht leggen die hun eieren in eikenknoppen.
De larven die hieruit tevoorschijn komen veroorzaken kleine, ronde galletjes, de zogenaamde besgalletjes. Die zijn te vinden op de bladeren of aan de mannelijke katjes. In mei en juni komt hieruit de nieuwe generatie volwassen dieren tevoorschijn: vrouwtjes én mannetjes. Na de bevruchting legt het vrouwtje haar eieren in het bladweefsel. De daaruit komende larven veroorzaken weer de lensgalletjes.
Eenmaal gezien, blijf je zoeken
Nu ik me dus een beetje heb ingelezen, kan ik niet meer langs een wilg komen zonder op zoek te gaan naar de wilgenroosjesgal. Die wilgenwratgal kom je meer tegen. In het bruin zijn die wilgenroosgallen trouwens een stuk makkelijker te vinden.
Column van Maashorstranger ria
Ria Smits is actief betrokken bij natuurgebied De Maashorst. Onder andere als Maashorstranger. Haar natuurervaringen en kennis schrijft ze op in columns. Hier las je een ingekorte versie. De hele column kun je lezen op de website van IVN Uden: Column Ria Smits – Gallen.
Met dank aan Adriëtte van der Wijst en Staatsbosbeheer voor de foto’s.


